Geplaatst op 7 augustus 2026, in Algemene zaken
Veel mensen binnen vv Ruurlo kennen hem: Jan Witteveen, al jarenlang keeperstrainer van de selectie. Maar wat weten we eigenlijk van deze man die vaak langs de lijn, in de buurt van het doel, te vinden is? In dit interview komen we meer over Jan te weten.
Achtergrond & Ervaring
Zijn liefde voor het vak ontstond al vroeg, al was dat niet direct dankzij perfecte begeleiding. “Toen ik in de jeugd mijn eerste keeperstraining kreeg, was dat van een voetballer. Dat was leuk, maar ik miste iets,” vertelt hij.
Ook toen hij op 15-jarige leeftijd bij het eerste elftal kwam, veranderde dat beeld niet direct. “We moesten een half uur eerder komen en werden conditioneel in de zandbak getraind. Het leek meer op een soldatentraining dan op keeperstraining. Je werd er wel sterk van, maar keeperstechnisch was het niets.”
Pas later, toen er echte keeperstrainers kwamen bij Ruurlo, viel het kwartje. “Toen dacht ik: dat is iets voor mij.” Hij begon zelf bij de jeugd te experimenteren en kreeg begin jaren ’90 zijn eerste contract als keeperstrainer van de selectie.
Wat hem al die jaren gemotiveerd heeft, is simpel. “Je moet als keeper een beetje gek zijn, en dat gedeelte beheers ik wel” zegt hij met een glimlach. “Maar vooral de passie om de ballenvangers – zo noem ik ze altijd – iets te leren. De leergierigheid en inzet van de groep zorgen voor een fantastische sfeer op training. Dat is voor mij genoeg om gemotiveerd te blijven.”
Visie op het Keepersvak
Volgens Jan is het keepersvak door de jaren heen flink veranderd. “Het is veel mooier geworden en er wordt met veel meer tempo gehandeld dan in mijn begintijd.”
Zijn manier van werken is praktisch: hij kijkt naar zijn keepers en past daarop zijn trainingen aan. “Ik bekijk mijn ballenvangers regelmatig en zie welke punten aandacht nodig hebben. Ze mogen zelf ook input geven, maar daar maken ze weinig gebruik van.”
Eén ding staat voor hem altijd centraal: coaching. “Als je goed kan coachen, hoef je niet te duiken” is een uitspraak die hij nog vaak gebruikt. Daarnaast hamert hij op dominantie bij hoge ballen. “Alle hoge ballen rond het doel moeten voor de keeper zijn, daar trainen we veel op.”
Ook het meevoetballen is tegenwoordig essentieel. “Vroeger stond je op doel als je niet kon voetballen, maar nu is het een belangrijk onderdeel van het vak. We trainen veel op spelhervattingen en het inspelen van verdedigers.”
Wie goed kijkt, kan volgens hem zijn invloed terugzien. “Mensen die mij hebben zien spelen weten dat ik veel coachte en dat aanvallers niet graag een luchtduel aangingen. Dat zie je terug. En ook het durven meevoetballen.” Als voorbeeld noemt hij Luc Kosters die zich sterk ontwikkelde in het aangaan van het luchtduel: “Dat zijn mooie stappen om te zien, al is het jammer dat hij de club verlaat.”
Mentale Aspecten
Naast techniek speelt het mentale aspect een grote rol. “Mentale weerbaarheid is zeer belangrijk. Vertrouwen is de basis voor een stabiele ballenvanger.”
Fouten horen daarbij, maar de manier waarop je ermee omgaat is cruciaal. “Op het moment van een fout moet je al weer verder. Te veel aandacht zorgt voor negatieve energie, voor jezelf maar ook voor het team. Later kun je bespreken hoe je het voorkomt, dat geeft rust en vertrouwen.”
Binnen de keepersgroep staat positiviteit centraal. “Ik laat ze voelen wat ze goed beheersen. Positieve coaching, met een lach. Het is een superleuke positie in het elftal en dat moet je uitstralen. Maak plezier, met een serieuze ondertoon – dat werkt, ook buiten het voetbal.”
De voorbereiding op wedstrijden is bewust eenvoudig. “Gewoon jezelf zijn. Soms een kort gesprekje of alleen oogcontact na de warming-up is genoeg. De hoofdtrainer doet de rest. Als ik soms zie hoeveel instructies spelers krijgen in het betaalde voetbal, denk ik: zien ze elkaar voor het eerst?”
Samenwerking met Trainers
In meer dan dertig jaar heeft Jan veel trainers meegemaakt. “De communicatie is eigenlijk altijd wel goed geweest, want die zoek je zelf ook op. De laatste jaren is dat wel positief veranderd, al zijn er altijd uitschieters.”
Zijn rol is duidelijk en gestructureerd. “Op maandag maak ik de indeling voor de keepers voor de trainingen van dinsdag en donderdag en is meestal ook de reservekeeper voor het eerste bekend. Dat geeft rust.”
Daarnaast is er contact wanneer nodig. “Als er iets bijzonders is, positief of negatief, dan stem je af.”
Op het gebied van opstellingen heeft hij een adviserende rol. “Na de voorbereiding geef ik mijn voorkeur door. Maar ik ben er fel op tegen om op automatische piloot door te gaan na een goed seizoen. Iedereen moet zich opnieuw bewijzen.”
Rol binnen de Selectie & Club
Binnen de staf voelt Jan zich gewaardeerd, al is zijn rol duidelijk afgebakend. “Ik ben er echt alleen voor de ballenvangers, en een andere rol wil ik ook niet meer.”
Naast het trainingswerk organiseerde hij de laatste jaren ook trainingskampen in het buitenland. “Dat is erg leuk om te doen, maar het wordt wel steeds moeilijker betaalbaar.”
Zijn betrokkenheid bij het team is soms een uitdaging. “Door het leeftijdsverschil en omdat ik op zondag niet altijd meereis, is het lastiger. Ik wil graag alle keepers zien spelen, dus moet keuzes maken in het belang van de club.”
De band met de keepers is hecht, met de rest van de groep iets minder. “Tijdens trainingskampen merk je hoe dat verandert. Dan ben je vier dagen samen en dat versterkt enorm.”
Over de clubcultuur is hij eerlijk. “Het is altijd gezellig in Ruurlo, maar soms mis ik de sportcultuur. Daar heb ik me eerder wel eens over uitgesproken, wat niet altijd goed viel.” Ook tijdens trainingskampen bewaakt hij die balans. “Er wordt wel eens gedacht dat het alleen bier drinken is, maar sport staat altijd op één. Dat is duidelijk.”
Relatie & Groepsdynamiek
De relatie met zijn keepers is gebaseerd op duidelijkheid en respect. “Ik ken ze inmiddels al zo lang dat we weten wat we aan elkaar hebben. Nummer vier is voor mij net zo belangrijk als nummer één.”
Concurrentie ziet hij niet als probleem, zolang er helderheid is. “Ik kan altijd onderbouwen waarom iemand speelt. En situaties veranderen snel: blessure, schorsing… je hebt iedereen nodig. Heb geduld, zeg ik altijd, je kans komt.”
Reflectie & Toekomst
De voldoening haalt hij vooral uit de groep. “Na een training ga ik altijd opgewekt naar huis. En als oudere keepers bijna altijd ‘ja’ zeggen om aan te sluiten, zegt dat genoeg.”
Stoppen is nog geen concreet plan. “Een paar jaar geleden heb ik gezegd dat ze maar eens een vervanger moesten zoeken, maar zover is het nog niet. Ik ben al sinds mijn 15e betrokken bij het eerste en het bevalt nog prima.”
Sterker nog: “Als ze nu zeggen dat het mijn laatste jaar is, ga ik waarschijnlijk ergens anders verder. Het is nog te boeiend.”
Een van de mooiste herinneringen blijft een promotie met het eerste elftal. “Die in Dinxperlo was geweldig. Roy Brekveld die met een bebloed hoofd gewoon doorgaat, dat zegt alles. Die promotie ging voor alles.”
En zo blijft Jan Witteveen, zoals hij zichzelf noemt, nog altijd een echte “oude ballenvanger” met een enorme passie voor het vak.






















